Laden ... Even geduld ...
Salsamentum, van sal, 'zout', was rond 140 v.Chr. de Latijnse benaming voor gezouten producten.
Van de Straat van Gibraltar tot aan de Zwarte Zee waren in de buurt van vissersplaatsen zoutwerken gesitueerd.
Hierdoor ontstonden industriegebieden die vele soorten zout en gezouten producten voortbrachten, zoals verschillende soorten gezouten:
groente; zuurkool, boontjes, kappertjes, olijven, augurken...
vis; haring, stokvis, bakeljauw, tonijn, sardientjes, ansjovis...
vlees; ham, worst/salami, spek, pekelvlees, rookvlees, zoutvlees...
vissausen; garum, liquamen, denk aan oestersaus...
sausen; sojasaus, ketjap,... (salsa betekent gezouten saus)
verfstoffen; waaronder de kostbare paarse verfstof Purper, afkomstig van de Stekelpurperslak en Nero di Sepia de zwarte inkt van de inktvis.
zuivel; boter en kaas...
Zoutziederijen; keukenzout, tafelzout, pekelzout...
De zoutwerken/ zoutpannen onstonden daar waar het zout het hardst nodig was en dat was bij vissersplaatsen.
De vissers gebruikte het zout om hun verse vis gelijk in/onder het zout te leggen om deze zo langer houdbaar te houden.
Het zout werd ookwel aangevoerd door zeeschepen uit andere landen.
Vanuit de zoutwerken werd ook zout landinwaards gebracht met zeilschepen via de rivieren en over de weg (zoutroutes) met paard en wagen.
In de hoger gelegen bergen werden de hammen en worsten gezouten en daarna gedroogd in de ijle lucht.
De naam Salami komt voort uit Sal (zout).
In de tijd dat de koelkast nog niet bestond conserveerde men producten dmv roken, drogen en zouten.
In de zomer maanden werd zoveel mogelijk gerookt, gedroogd en gezouten om in de winter ook te kunnen eten.
De nu als delicatesse bestempelde producten waren vroeger eigenlijk dagelijkse kost.
De mooie Hammen (van Ardenner ham tot de Patta Negra) worden eerst gepekeld en daarna gedroogd en/of gerookt en zijn nu delicatesse, terwijl dat vroeger pure noodzaak was.
Roomboter was voor de koelkast ZOUT, zelfs heel zout!
Dit om de houdbaarheid te vergroten.
In de jaren 1950 kwam de koelkast en was het sterk zouten van boter niet meer nodig.
Er kwam zelfs een wet die bepaalde hoeveel zout in boter wettelijk is toegestaan.
Zo kwam er ongezouten boter op de markt en voor de liefhebbers bleef er gezouten boter zij het met veel minder zout.
Gezoute boter mag maximaal 2% zout bevatten!
Ook in de Nederlandse margarine wereld veranderde de samenstelling naar, met een beetje zout en zonder zout.
Voor Groot Britanië was dat anders, daar wilde men alleen sterk gezouten margarine. Voor Groot Britanië werd dan ook speciaal een gezouten margarine gemaakt.